Training
Trainen wordt in de van Dale gedefinieerd met twee betekenissen: ‘stelselmatig oefenen in een tak van sport’ en ‘oefenen in een bepaalde vaardigheid’.
Iemand die vaak hardloopt, zal na een bepaalde tijd steeds beter gaan hardlopen, of iemand die veel sudoku’s oplost zal dit steeds sneller kunnen doen.
Het trainen van vaardigheden buiten de sport kan dus meestal beschreven worden als oefenen. Bij het oefenen op een muziekinstrument spreekt men ook wel van repeteren.
Trainen kan individueel gebeuren of in clubverband. Individueel is bijvoorbeeld het wekelijks lopen van een vast hardlooprondje of volgen van een persoonlijk trainingsschema.
Voor meer structuur, ondersteuning en gezelligheid trainen ook veel mensen bij een (sport)vereniging of in groepsverband, zoals een trainingsgroep.
Trainen kan voor verbetering zorgen door lichamelijke of geestelijke adaptiviteit van mensen of dieren.
Bij het trainen, in ieder geval bij het trainen voor sport, zijn verschillende aspecten te onderscheiden die getraind kunnen worden waaronder techniek, conditie, tactiek en mentale training.
Mentale aspecten
Naast lichamelijke conditie is ook de mentale conditie van een sporter van belang. Een topfitte en technisch superieur sporter kan suboptimaal presteren indien hij/zij niet voldoende geconcentreerd is. De focus tijdens en wedstrijd is dan bijvoorbeeld niet goed, teveel intern of teveel extern gericht.
Sommige sporters kunnen bij een belangrijke wedstrijd zelfs geheel blokkeren door nervositeit. Andere sporters krijgen juist pas tijdens een wedstrijd voldoende focus en verslaan atleten die in de training nog beter leken.
Al deze zaken betreffen de mentale aspecten. Dit kan getraind worden door het opbouwen van ervaring. In de topsport is de laatste jaren ook meer aandacht voor sportpsychologie waarbij een sportpsycholoog een sporter werkt aan de mentale aspecten van de sport.




