Skip to content

Zinloos geweld

Zinloos geweld is een begrip waarmee een bepaald type geweldmisdrijven wordt aangeduid. In een publicatie van het Nederlandse Ministerie van Justitie werd het in 1999 als volgt omschreven:

“In het algemeen wordt onder zinloos geweld verstaan: een spontane vorm van fysiek geweld (of dreiging) waarbij het opzettelijk verwonden of doden van iemand centraal staat (excessief geweld). Het geweld kenmerkt zich door zijn incidentele aard, en ook door de willekeurige wijze waarop de dader het slachtoffer kiest.”

In de dagelijkse praktijk worden echter lang niet alle geweldsincidenten die in deze definitie passen ‘zinloos geweld’ genoemd. Bovendien zijn er ook gevallen van ‘zinloos geweld’ bekend die niet (geheel) beantwoorden aan deze omschrijving.

‘Zinloos geweld’ is geen categorie in het Nederlandse strafrecht, maar een fenomeen dat maatschappelijke verontrusting en verontwaardiging oproept.

Het begrip
Het lieveheersbeestje is het symbool voor de actie tegen zinloos geweld.
Het begrip ‘zinloos geweld’ werd in zijn huidige betekenis in 1997 geïntroduceerd door Cees Bangma, districtschef van het politiekorps Midden-Friesland. Voor die tijd werd zo nu en dan over grootschalig oorlogsgeweld gesproken als ‘zinloos’, maar de term had niet de morele lading die het nu heeft. Bangma schreef een ingezonden brief in de Leeuwarder Courant naar aanleiding van de dood van Meindert Tjoelker op 13 september 1997 in het uitgaanscentrum van Leeuwarden. Hij deed daarin een oproep om op de daarna volgende vrijdag om elf uur ‘s avonds een minuut stilte in acht te nemen “om iedereen duidelijk te maken dat de Friese samenleving niet gedachteloos het oprukkende zinloze geweld aanvaardt” (Leeuwarder Courant, 16-09-97). De reacties op het initiatief waren massaal en voor het eind van de week was het begrip ‘zinloos geweld’ gemeengoed geworden

De reactie
Er volgde een ware mediahype waarin niet alleen veel aandacht was voor het incident waarbij Tjoelker om het leven kwam en de nasleep daarvan (herdenking, begrafenis, het strafproces), maar ook voor de maatschappelijke reacties die de oproep van Bangma tot gevolg had. Bovendien werd wekenlang in de kranten melding gedaan van soortgelijke voorvallen. Rapportages van nieuwe en oude voorvallen (Joes Kloppenburg bijvoorbeeld) vulden de kolommen, waardoor onder de Nederlandse bevolking het idee ontstond dat het met het geweld in Nederland de pan uit begon te rijzen en dat er iets moest worden ondernomen om de geweldsspiraal te doorbreken.

De kritiek
Hoewel ‘zinloos geweld’ onmiddellijk een gevleugeld begrip werd, ontstond er ook direct kritiek op. Het woord ‘zinloos’ in de naamgeving suggereert dat vormen van geweld die niet tot deze categorie behoren, zinvol en dus verdedigbaar zouden zijn. In menige stille tocht, die ter herdenking van een slachtoffer van zinloos geweld werd georganiseerd, werden spandoeken en t-shirts gedragen met de tekst: “Bestaat er ook zinvol geweld?”
Doordat de term regelmatig opduikt in rechts-populistische pleidooien voor hardvochtige strafmaatregelen tegen geweldplegers en meer-blauw-op-straat, wordt het gebruik van het begrip ‘zinloos geweld’ door sommigen geassocieerd met het ongenuanceerd aanwakkeren van onlustgevoelens.
Tot slot hebben ook criminologen kritiek op het begrip geuit. In het onderzoek Geweld: gemeld en geteld bijvoorbeeld wordt de term verworpen, omdat onmogelijk is vast te stellen wanneer geweld zinloos is. Terwijl het gebruik van geweld voor het slachtoffer en omstanders als ‘zinloos’ overkomt, kan de dader misschien een goede reden en aanleiding zien om geweld te gebruiken. Het is logisch dat men zich in het algemeen niet wenst te verplaatsen in de denkwijze van de dader, maar voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek vormt de partijdigheid die in het begrip besloten ligt een probleem. Bovendien blijkt het onmogelijk om uit de aangifte- en veroordelingscijfers die delicten te isoleren die als ‘zinloos geweld’ moeten worden beschouwd.
In het verlengde daarvan wordt het begrip ook door sommigen gebruikt om geweld dat voortvloeit uit spanningen tussen de diverse etnische groepen te verdoezelen, waardoor de diepere oorzaken hiervan onbelicht blijven.

Vergelijkbare verschijnselen in binnen- en buitenland
In Nederland was in 1984 een periode maatschappelijke onrust over het toenemende ‘kustgeweld’, dat op vergelijkbare wijze werd gedefinieerd als zinloos geweld met dat verschil dat het op de stranden plaatsvond. De belangrijkste overeenkomst met zinloos geweld is dat het steeds vaker gebeurde en dat het in principe iedereen kon overkomen omdat er geen directe aanleiding voor bestond. De maatschappelijke reacties, en dan met name de stille tochten, doen denken aan de Witte Marsen in België. In Frankrijk is sinds 2005 het aantal gevallen van zinloos geweld aanzienlijk toegenomen, daar wordt het aangeduid met de term la violence gratuite. Tot slot lijkt er overeenkomst te bestaan tussen het Nederlandse zinloze geweld en het Amerikaanse verschijnsel random violence (willekeurig geweld).

Sociale beweging
Naar aanleiding van de maatschappelijke verontrusting werd een groot aantal organisaties opgericht, die zich bezighouden met het bestrijden van zinloos geweld. De meeste initiatiefnemers zijn nabestaanden van een ‘zinloos geweld’-slachtoffer. Voorbeelden zijn de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld (die naar aanleiding van een geval in Tiel het lieveheersbeestje als mascotte koos), Kappen Nou!, Stichting Meld Geweld en Nederland Tegen Geweld. In september 2000 gingen 19 van dit soort organisaties samenwerken in de Landelijke Organisatie voor Veiligheid en Respect (LOVR). Samen en ieder voor zich proberen deze stichtingen en werkgroepen een bijdrage te leveren aan het terugdringen van zinloos geweld.
Ook in België bestaat een organisatie tegen zinloos geweld, nl. de vzw Zinloos Geweld, met als ambassadrice Gella Vandecaveye. Het logo van deze organisatie is een vlinder, hun motto: “Laat de vlinder overal rondfladderen, hij doet geen vlieg kwaad”.

Slachtoffers
Het onderscheid tussen slachtoffers van zinloos geweld en sommige andere slachtoffers van geweldsmisdrijven is niet eenduidig te bepalen en lijkt soms tamelijk willekeurig. Het blijkt dat een geweldsincident veel kans heeft om als ‘zinloos geweld’ bekend te worden bij een groot publiek als dit direct na het voorvallen als zodanig wordt benoemd, het liefst door een autoriteitsfiguur (zoals een politiewoordvoerder), en er geen reden is om het delict als een ander type misdaad te betitelen (roofmoord, racistische moord, lustmoord, kindermoord, uit de hand gelopen verkeersruzie etc). Het organiseren van een stille tocht blijkt geen reden voor het opnemen van het slachtoffer in de lijst van beroemde gevallen van zinloos geweld. Vaak kunnen de slachtoffers heel verlegen en teruggetrokken zijn. Ze krijgen een trauma, of willen niet meer verder in het leven. Het wordt slachtoffers aangeraden om hulp te zoeken. Er zijn talrijke stichtingen en websites, waar ze hun verhaal kwijt kunnen.
De bekendste slachtoffers van zinloos geweld, die tot een soort iconen in de sociale beweging tegen dit soort geweldspleging zijn geworden, zijn Meindert Tjoelker (1997), Marianne Roza met Froukje Schuitmaker (1999), Daniël van Cotthem (2000) en René Steegmans (2002). Met terugwerkende kracht zijn ook de namen Joes Kloppenburg (1996), Kerwin Duinmeijer (1983) aan het collectieve geheugen toegevoegd. In België zijn vooral de moord op Joe Van Holsbeeck, de moordpartij van Hans Van Themsche op Luna Drowart en Oulematou Niangadou en het voorval op de bus waarbij een 54-jarige Antwerpenaar omkwam bekend bij het grote publiek. Deze drie laatste feiten vonden plaats in 2006, en gaven voer aan de perceptie dat zinloos geweld de laatste jaren toeneemt.
Van sommige van deze moorden wordt echter aangenomen dat er wel degelijk een motief aanwezig was. Zo kan de moord op Joe Van Holsbeeck (de zogenaamde ‘mp3-moord’) als roofmoord bestempeld. Zowel de moord op Kerwin Duinmeijer als de moordpartij van Hans Van Themsche. worden soms in een racistische context geplaatst.[2] Daarnaast zijn er minder bekende slachtoffers.